Fiscale Economie
-
De studie Fiscale Economie richt gaat over het oplossen van vraagstukken rondom belastingen. Als fiscaal econoom kun je bijvoorbeeld adviseren over een nieuw belastingbeleid, werken aan internationale belastingstructuren bij grote bedrijven of betrokken zijn bij fusies en overnames als belastinginspecteur of adviseur.
Daarnaast kun je ondernemers ondersteunen bij fiscale keuzes of meewerken aan beleid, zoals het verduurzamen van het belastingstelsel bij het Ministerie van Financiën. De opleiding biedt een sterke wetenschappelijke basis voor dit soort fiscale en economische vraagstukken.
-
Jaar 1:
In het eerste jaar leg je een sterke bedrijfseconomische basis. Je volgt verschillende economische vakken en leert analytisch lezen en kritisch nadenken. Daarnaast krijg je twee oriënterende vakken: Oriëntatie Economie & Recht en Oriëntatie Fiscale Economie, waarin je langzaam kennis maakt met het vakgebied fiscale economie.De colleges volg je samen met studenten van de Engelstalige opleiding Economics and Business Economics. Behalve de werkgroepen en het vak Oriëntatie Fiscale Economie worden alle vakken in het eerste jaar in het Engels gegeven.
Vakken jaar 1:
Oriëntatie Economie en Recht (6 EC)
Grondslagen van Economie en Bedrijfskunde 1 (6 EC)
Grondslagen van Economie en Bedrijfskunde 2 (6 EC)
Financial Accounting 1 voor Economie (6 EC)
Micro-economie 1 (6 EC)
Macro-economie 1 (6 EC)
Statistiek 1 voor Economie (6 EC)
Onderzoeksproject (6 EC)
Finance 1 voor Economie (6 EC)
Oriëntatie Fiscale Economie (6 EC)
Jaar 2:
In het tweede jaar ga je specialiseren binnen het vakgebied. Je volgt een vast studieprogramma met vakken over belastingen, economie en recht. Andere belangrijke onderwerpen waar je je in gaat verdiepen zijn belastingen en technologie.De fiscale (werk)colleges en werkgroepen zijn in het Nederlands. De economische in het Engels. Een richting kiezen is niet nodig, want fiscaal economen hebben een brede basis nodig.
Vakken jaar 2:
Inleiding Belastingheffing Algemeen (6 EC)
Vermogensrecht (6 EC)
Inleiding Belastingheffing Ondernemingen (6 EC)
Ondernemings- en Jaarrekeningrecht (6 EC)
Fiscaliteit en Overheid (6 EC)
FInancial Accounting 2 (6 EC)
Management Accounting 1 for Economics (6 EC)
Belastingheffing en Technologie (3 CE)
Financial Accounting 3 (6 EC)
Formaliteiten bij Belastingheffing (3 CE)
Wetenschapsleer Fiscale Economie (6 EC)
Jaar 3:
In het 3e en laatste jaar ligt nog meer de nadruk op fiscale vakken. Je hebt daarnaast ruimte voor 2 keuzevakken. Als je nog ambitieuzer bent kun je zelfs boven op het programma nog een minor volgen.Het jaar wordt afgesloten met een bachelorscriptie, deze mag je bijvoorbeeld schrijven over een recente ontwikkeling of over een eigen idee. Via je scriptie kan je dit uitgebreid uitwerken en train je tegelijkertijd vaardigheden om zelfstandig onderzoek te kunnen doen. Vervolgens krijg je de titel: Bachelor of Science.
Vakken jaar 3:
Vennootschapsbelasting (6 EC)
Belasting Toegevoegde Waarde (BTW) (6 EC)
Grondslagen Europees Belastingrecht (3 EC)
Grondslagen Internationaal belastingrecht (3 EC)
Gebonden keuzevak (12 EC)
Belastingheffing DGA (6 EC)
Finance 2 (6 EC)
Fiscale winstberekening (6 EC)
Bachelorscriptie en Afstudeerseminar Fiscale Economie (12 EC)
-
Als fiscaal econoom heb je (bijna) gegarandeerd een goede baan. De meeste studenten vinden zelfs al een baan voordat ze hun bachelor hebben afgerond. Toch kiezen alle afgestudeerde voor een aansluitende master, je vergoot de kans op de arbeidsmarkt en je bent dan pas echt een volwaardig fiscaal econoom.
Aansluitende masters zijn: Fiscale economie en Entrepreneurship.
Heb je tijdens je bachelor een minor in een specifieke discipline gevolgd? Zo ja, dan kan het zijn dat je de masteropleiding in die discipline kan doen. Voor sommige masters gelden andere of uitgebreidere instroomeisen.
Waar werk je als afgestudeerd fiscaal econoom:
- Bij een multinationale onderneming
- Bij een belastingadviesorganisatie
- Bij het ministerie van Financiën
- Bij de belastingdienst
- Eventueel bij een wetenschappelijk bedrijf
-
In het eerste semester van het derde jaar stel je zelf je eigen programma samen. Je kunt hierbij kiezen uit 4 opties:
Studeer een semester in het buitenland, via het uitwisselingsprogramma van de UvA.
Volg een minor binnen een ander (vak)gebied aan de UvA of aan een andere universiteit.
Doe een stage bij een zelfgekozen bedrijf en volg keuzevakken.
Volg alleen keuzevakken. Dit kan bij je eigen of een andere faculteit, en zelfs bij een andere universiteit.
In dit semester heb je dus de ruimte om mee te doen aan een buitenlandse uitwisseling of om een stage in het buitenland te lopen.
-
Het is in zekere mate nodig om wiskundig aangelegd te zijn voor deze studie. Het minimale wat nodig is voor een toelating is een afgeronde voldoende op wiskunde A of B op vwo-niveau. Echter wordt een voldoende voor wiskunde B aangeraden, omdat dit beter aansluit op het verwachte niveau. Je krijgt wiskunde en statistiek, maar de basis van deze studie ligt meer op economisch redeneren.
-
Er zijn op dit moment 66 eerstejaars die deze opleiding volgen, daarvan is 74% man en 25% vrouw. De studie is wiskundig iets pittiger als bijvoorbeeld bedrijfskunde en de doorstroom naar het tweede jaar is 49%. Uiteindelijk behaalt 32% van de studenten een diploma voor deze bachelor en vervolgens studeert 91% ook door.
-
Het wettelijk collegegeld is € 2.694, daarbij kunnen er bijkomende kosten zijn van eventuele praktische opdrachten en boeken, die kosten zijn verschillend en liggen tussen de 300 en 800 euro.